Eva Spierenburg: het landschap onder de huid
Door: Renée Korbee
‘Haal diep adem. Adem uit. Ontspan je schouders. Sluit je ogen.’ De woorden van hoofdcurator van de Biënnale van Venetië Koyo Kouoh* passen wonderwel bij het werk van Eva Spierenburg (1987). Haar installaties schreeuwen niet, maar fluisteren. Ze vertragen je blik en brengen rust in een tijd waarin alles voortdurend om aandacht vraagt. In haar werk onderzoekt Spierenburg de relatie tussen lichaam en landschap, tussen het persoonlijke en het grotere geheel. Huid lijkt op aarde, gesteente krijgt een lichamelijke kwaliteit en natuurlijke processen doen denken aan ademhaling, erosie of wondvorming.
Vanaf 13 juni is in De Bewaerschole in het Zeeuwse Burgh-Haamstede haar nieuwe installatie Zandhonger te zien. Of misschien beter gezegd: te ervaren. De tentoonstelling sluit aan bij de omgeving van Schouwen-Duiveland, waar zee, wind en zand voortdurend het landschap veranderen.
Het lichaam als landschap
Emoties en herinneringen worden bij Eva Spierenburg tastbaar gemaakt in materialen en vormen. Ze werkt met zand, klei, latex, draad, textiel, keramiek, hout en acrylhars. Die materialen blijven zichtbaar in hun kwetsbaarheid en onafheid. Haar installaties ogen vaak alsof ze nog in beweging zijn: alsof ze groeien, verschuiven, verzakken of langzaam oplossen.
Het lichaam speelt daarin een belangrijke rol. Niet als perfect afgebeeld figuur, maar als drager van ervaringen. Holtes, huidachtige structuren, ademhaling en littekenvormen keren steeds terug. Haar werk balanceert daardoor tussen iets anatomisch en iets landschappelijks. Een oppervlak kan tegelijk aan huid én aan een rotswand doen denken.
Van IJsland tot innerlijk landschap
Na een recent verblijf in IJsland verschoof haar aandacht nog sterker naar de relatie tussen mens en aarde. Vulkanisch gesteente, sediment, waterstromen en erosie werden voor haar verbonden met lichamelijke processen. In het videowerk Being Fluid toont ze bijvoorbeeld bewegend water tussen rotsen, waarbij de ritmische bewegingen doen denken aan ademhaling of bloedstromen. Daarmee laat ze zien hoe nauw het menselijke lichaam verbonden is met natuurlijke processen. Zeewier tussen de rotsen van IJsland heen en weer gestuwd. “Het doet me ergens denken aan de beweging in darmen of slagaders, zegt Spierenburg. Elke beweging is hetzelfde maar toch ook weer anders.”
Spierenburg staat niet op zichzelf. Haar werk raakt aan een langere traditie van kunstenaars die werken met kwetsbare materialen en lichamelijke associaties oproepen. Zo zijn er overeenkomsten met de Duits/Amerikaanse kunstenaar Eva Hesse (1936-1970), die bekend werd door haar gebruik van materialen als latex, rubber en touw. Ook bij Hesse waren vergankelijkheid en verandering onderdeel van het kunstwerk zelf. Zachtheid, lichamelijkheid en toeval waren wezenlijk onderdeel van haar artistieke zoektocht.
Zandhonger
De installatie Zandhonger sluit direct aan op deze thematiek. De titel verwijst naar een bestaand ecologisch verschijnsel waarbij zandplaten verdwijnen door veranderingen in waterstromen en kustbeheer. Door stormvloedkeringen en veranderende getijden spoelt zand weg naar diepere delen van de zee, waardoor het natuurlijke evenwicht verandert. Spierenburg gebruikt de term als metafoor voor de menselijke relatie ten opzichte van het landschap: door een ecologisch fenomeen zo’n lichamelijke term te geven, wordt in wezen erkend dat de aarde net als wij behoeftes heeft waarmee het landschap meer gelijkwaardig wordt aan ons.“
Voor dit project werkte Spierenburg samen met geluidskunstenaar Janneke van der Putten. Samen wandelden zij door de duinen van Schouwen-Duiveland en onderzochten zij hoe wind, ademhaling, zee en landschap met elkaar verbonden zijn. Dat resulteerde in een geluidswerk waarin de menselijke stem en omgevingsgeluiden in elkaar overlopen: een echo van het landschap via het lichaam.
De installatie bestaat daarnaast uit meerdere onderdelen: twee monumentale muurschilderingen geschilderd met lokaal zand, klei en veen. Hier worden de geologische aardlagen en grondsoorten, gebaseerd op boringen onder Burgh-Haamstede, verbeeld. Een aantal duinhuiden zijn afgietsels van het zandoppervlak dat voortdurend verstuift. En is daarmee een poging om de veranderlijkheid en kwetsbaarheid van het aardoppervlak te vangen. Samen vormen zij een omgeving waarin de bezoeker niet alleen kijkt, maar zich bijna lichamelijk tot het werk verhoudt.
Materiaal als herinnering
Wat het werk van Eva Spierenburg bijzonder maakt, is de aandacht voor het kwetsbare en het tijdelijke. Haar installaties voelen niet als afgesloten objecten, maar als processen die nog gaande zijn. Materiaal is bij haar nooit neutraal: zand verwijst naar tijd en erosie, textiel naar huid en zorg. Daardoor ontstaat werk dat tegelijk verstild en intens aanwezig is.
In een tijd waarin snelheid en prikkels overheersen, nodigt Spierenburg uit tot vertraging. Haar werk vraagt niet om snelle interpretaties, maar om aandachtig kijken en ervaren. Misschien is dat precies waarom de woorden van Koyo Kouoh zo passend klinken bij deze tentoonstelling: haal diep adem, adem uit, en kijk opnieuw naar de verbinding tussen mens, lichaam en landschap.
*Koyo Kouoh (1967- overleden in 2025)
