TENTOONSTELLING Tanja Smeets

zaterdag 15 juni 2024 t/m zondag 14 juli 2024

Low Tide Still Here

Tijdens de residency voorafgaand aan de tentoonstelling in de Bewaerschole heb ik het NIOZ (Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee) en de oesterputten in Yerseke bezocht.
Ik maakte kennis met de oestervelden en de wieren die van zoveel betekenis zijn, onder andere als voeding, maar ook als mogelijke component voor de textielindustrie, en als weerstand in het water tegen de stijgende zeespiegel.
Een van de onderzoekers bij het NIOZ heeft me over zijn onderzoek naar wieren verteld en de verschillende fasen in de groei van diverse wieren laten zien.
In de getijdenbassins waren al die verschillende stadia goed te zien.

 Toen ik om 5 uur ‘s middags terugliep naar de bassins, waren ze verdwenen, er was niets meer te zien van de fascinerende wereld van de wieren, plantjes en de tientallen verschillende structuren, kleuren en waaiers van takjes, die de wanden van de betonnen, rechte bakken begroeiden.

 Dat landschap bij laagtij, slechts een aantal uren zichtbaar en door het zoute water steeds van vorm veranderend, met nieuwe planten en organismen, die zich tijdelijk nestelen in het zand, of harde oppervlakten laten veranderen in een intrigerende amorfe massa, speelt een belangrijke rol in mijn werk voor de Bewaerschole.

Juist die tijdelijke zichtbaarheid is intrigerend en heeft een sterke relatie met de structuren in mijn werk, die lijken te zijn gestold, voor een moment, om daarna opnieuw van vorm te kunnen veranderen.
Tijdens laagtij worden tijdelijke grillige landschappen gevormd, die uren later weer verdwijnen onder het zoute water en daarna weer tevoorschijn komen in nieuwe transformaties. Ongrijpbaar en uitnodigend, alsof er steeds een nieuwe scène wordt gecreëerd om doorheen te dwalen.

 In mijn installaties laat ik grote structuren groeien langs muren, vloeren en plafonds, de ruimte in. Ik onderzoek in mijn werk deze groeiprocessen en het spanningsveld tussen het natuurlijke en het kunstmatige.
De installatie als een oneindig landschap, groeiend en vertakkend, plantachtige structuren die volledig opgebouwd zijn uit alledaagse materialen en keramiek, textiel of metaal. Als parasieten banen ze zich een weg en leggen een poëtische laag van organische vormen over de harde ondergrond.
Je gaat binnen op een moment van kort evenwicht, een fase tussen vloeien en druipen, groeien en ontluiken, even stil gezet in de tijd.

Een fictief landschap, waarin ik wil verkennen hoe objecten uit onze dagelijkse leefomgeving transformeren tot structuren die rechtstreeks uit de natuur lijken te komen.
Grenzen worden poreus, er ontstaan transities tussen cultuur, natuur, landschap en materiaal.

Ik werk met alledaagse materialen, die rechtstreeks uit onze cultuur komen, de bouwmarkt, vaak goedkoop, ongezien, en die niet bepaald als waardevol ervaren worden. De materialen krijgen in grote aantallen een soort schoonheid, of lijken vloeibaar te worden. Hoe gaan we om met onze omgeving, materialen en de waarde daarvan? Kunnen we de grenzen tussen natuur en cultuur heroverwegen en op zoek gaan naar nieuwe mogelijkheden?